VLAREM II bevat bepalingen over de hemelwaterafvoer voor zowel ingedeelde als niet-ingedeelde inrichtingen, waaronder woningen. In artikel 6.2.2.1.2 §4 van VLAREM II staat dat bij de afvoer van hemelwater de voorkeur moet gaan naar de hieronder vermelde volgorde van afvoerwijzen, volgens graad van belang:
opvangen voor hergebruik (hemelwaterput);
infiltratie op eigen terrein;
buffering met vertraagd lozen op het oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater;
lozing in de hemelwaterafvoerleiding (RWA) in de straat.